Heel lock

Ook wel: Runner's loop, Hielslot, Lace lock

Veel hardloopschoenen hebben bovenaan een extra gaatje, iets naar achteren, dat bijna niemand gebruikt. Daar is het voor: de heel lock.

Met een lusje aan elke kant trek je de bovenkant van de schoen strak om je enkel. Je hiel schuift niet meer op en neer en je voet schuift niet naar voren bij het bergaf lopen. Dat voorkomt blaren op je hiel en blauwe teennagels.

Zo rijg je het, stap voor stap

  1. Rijg tot het laatste gewone gaatje Rijg je schoen kruislings tot en met het laatste gewone paar gaatjes. Het extra gaatje bovenaan laat je nog leeg.
  2. Maak aan elke kant een lusje Steek elk uiteinde aan dezelfde kant van buiten naar binnen door het extra gaatje. Trek het niet helemaal door: laat een klein lusje staan.
  3. Kruis en door de lus Kruis de uiteinden en steek elk uiteinde door het lusje aan de andere kant.
  4. Trek naar beneden aan Trek de uiteinden naar beneden en naar buiten. De lusjes trekken dicht en klemmen de bovenkant van de schoen om je enkel.
  5. Strik Maak je strik zoals altijd.

Wanneer gebruik je dit?

Bij hardlopen, trailrunning en wandelen, vooral als je hiel uit je schoen schiet of je tenen tegen de neus stoten.

Voordelen

  • Hiel blijft op zijn plek
  • Minder blaren en blauwe nagels
  • Gebruikt het gaatje dat er al zit

Nadelen

  • Kost wat extra veter
  • Te strak aangetrokken kan het drukken op je enkel

Tips

  • Begin niet te strak: trek de lusjes stevig aan, maar zo dat je enkel nog vrij kan bewegen.
  • Te weinig veter over voor de strik? Met de calculator bij de tekening op deze pagina zie je welke lengte je nodig hebt.