Voor kinderen en ouders

Veters strikken leren

De meeste kinderen leren veters strikken tussen hun 5e en 7e jaar. Met de juiste methode en een beetje geduld lukt het bijna altijd. Hieronder vind je de twee bekendste manieren.

Tip voor ouders: ga niet tegenover je kind zitten, maar ernaast of erachter. Dan ziet je kind alles in dezelfde richting als bij de eigen schoen.

Methode 1: konijnenoren

De makkelijkste methode voor beginners. Je maakt twee lussen tegelijk, dus er gebeurt maar één ding per stap. Op sommige scholen heet dit ook de dubbele-lus-methode.

  1. Maak een kruisjePak in elke hand een veter. Leg ze over elkaar, zodat ze een kruisje maken.
  2. Eentje door het tunneltjeStop de bovenste veter onder het kruisje door en trek beide veters stevig aan. Dit is de eerste knoop.
  3. Maak twee konijnenorenVouw elke veter dubbel tot een lus. Nu heb je twee konijnenoren.
  4. Kruis de orenLeg de oren over elkaar, net als bij stap 1. Ze maken weer een kruisje.
  5. Door het holletjeStop het bovenste oor onder het andere door, door het gaatje onderin.
  6. Trek de oren aanPak in elke hand een oor en trek ze stevig uit elkaar. Klaar is de strik!

Rijmpje om te onthouden: "Het konijn kijkt om het hoekje, kruipt in zijn holletje en trekt zijn oren aan."

Methode 2: rondje om de boom

Dit is de klassieke manier die de meeste volwassenen gebruiken. Iets lastiger om te leren, maar sneller zodra je het kunt. Het verhaaltje: de lus is een boom, en het konijntje rent eromheen en kruipt in zijn hol.

  1. Eerste knoopMaak een kruisje en stop één veter onder het kruisje door. Trek aan.
  2. Maak één lusVouw één veter dubbel tot een lus en houd hem vast tussen duim en wijsvinger.
  3. Rondje om de boomSla de andere veter één keer rond de lus heen. Er ontstaat een klein gaatje.
  4. Door het gaatjeDuw de veter met je andere hand door dat gaatje, zodat er een tweede lus ontstaat.
  5. Trek aanPak beide lussen en trek ze stevig uit elkaar.

Welke methode is het beste?

Er is geen goede of foute keuze. De konijnenoren zijn voor de meeste kinderen makkelijker, omdat beide handen hetzelfde doen. Lukt dat goed, dan kan je kind later altijd nog overstappen. Kies in elk geval één methode en houd die vol. Twee manieren tegelijk leren werkt verwarrend.

Zo wordt oefenen makkelijker

  • Oefen niet aan de voet. Zet de schoen op tafel, met de neus van je kind af. Dan hoeft je kind niet voorover te buigen.
  • Gebruik twee kleuren. Knoop twee verschillende veters aan elkaar, of kleur de helft van een witte veter met een stift. Dan kun je zeggen: "pak de rode".
  • Neem dikke, platte veters. Die zijn makkelijker vast te pakken dan dunne ronde veters.
  • Kort en vaak. Vijf minuten per dag werkt beter dan één keer een half uur.
  • Linkshandig? Laat je kind gewoon met de andere hand beginnen. Doe het zelf in spiegelbeeld voor, of ga tegenover je kind zitten.
  • Lukt het echt niet? Er zijn meer manieren dan deze twee. Bekijk alle strikmethoden, bijvoorbeeld linkshandig strikken.
  • Maak er een feestje van. Lukt het drie keer achter elkaar? Tijd voor een veterdiploma!

Is mijn kind er al klaar voor?

Een kind is meestal klaar om te leren strikken als het een knoop kan maken, met een schaar kan knippen en kleine dingen goed kan vastpakken. Lukt het na veel oefenen nog niet, wacht dan een paar maanden en probeer het opnieuw. Dat is heel normaal. In de tussentijd zijn schoenen met klittenband of elastische veters een prima oplossing.