Gewone strik
Ook wel: Rondje om de boom, Standaardstrik
De gewone strik is de manier waarop de meeste volwassenen hun veters strikken. Kinderen leren hem vaak met het verhaaltje van het konijntje dat rond de boom rent en in zijn hol kruipt.
Hij is snel genoeg, zit redelijk vast en gaat met één trek aan een uiteinde weer los. Gaat hij bij jou steeds los? Kijk dan bij de laatste stap: grote kans dat je een omaknoop strikt.
Stap voor stap: Gewone strik
In de tekeningen is de ene veter oranje en de andere blauw. Je kijkt van bovenaf op je schoen, met je tenen van je af.
- Maak de beginknoop Kruis de veters, steek de bovenste veter onder het kruisje door en trek beide uiteinden stevig aan.
- Maak een lus Vouw de rechterveter dubbel tot een lus en houd die vast tussen duim en wijsvinger van je rechterhand.
- Sla de andere veter om de lus Leg de linkerveter voorlangs om de lus en dan achterlangs terug. Tussen de lus en de omgeslagen veter ontstaat een klein gaatje.
- Duw een tweede lus door het gaatje Duw met je linkerwijsvinger het middenstuk van de linkerveter door dat gaatje. Zo ontstaat de tweede lus.
- Trek aan Pak beide lussen vast en trek ze stevig uit elkaar.
- Controleer de strik De lussen horen dwars over je schoen te liggen, van links naar rechts. Staan ze in de lengte, richting je tenen? Dan is het een omaknoop: sla bij stap 3 de veter de andere kant om de lus.
Wanneer gebruik je dit?
Voor dagelijks gebruik op bijna alle schoenen. Het is de basis waar veel andere strikmethoden op voortbouwen.
Voordelen
- Bekend, dus makkelijk voor te doen
- Gaat met één trek los
- Werkt met bijna alle veters
Nadelen
- Gaat los als je hem per ongeluk als omaknoop strikt
- Voor kinderen lastiger dan de konijnenoren
Tips
- Linkshandig? Doe alles in spiegelbeeld: maak de lus met de linkerveter en sla de rechterveter erom.
- Zit hij goed maar gaat hij toch los? Probeer de dubbele strik: dezelfde beweging, maar je slaat de veter twee keer om.